B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandscapaciteit

Inleiding

In deze paragraaf gaan we in op het weerstandsvermogen en de risicobeheersing van de gemeente Krimpenerwaard. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) vraagt in deze paragraaf minimaal in te gaan op:
•    een inventarisatie van de weerstandscapaciteit
•    een inventarisatie van de risico’s
•    het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's.

Daarnaast zijn ook een aantal kengetallen voorgeschreven, evenals een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

De Nota Risicobeheersing en Weerstandsvermogen is in juni 2025 door de gemeenteraad vastgesteld.  In deze nota hebben we vastgelegd dat we de risico-inventarisatie twee keer per jaar actualiseren (voor de begroting en voor de jaarrekening). Daarnaast hebben we vastgelegd dat deze paragraaf een toelichting bevat van alle restrisico's groter dan € 100.000. 

Totaal geïnventariseerde risico's:   

Risico's (x € 1.000)
Bedrag
Geïnventariseerde risico’s
6.792
Totaal
6.792

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

Met de weerstandscapaciteit bedoelen we al die elementen waarmee tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden.  Het is onwaarschijnlijk dat alle geïnventariseerde risico’s zich tegelijkertijd in volle omvang voordoen. De gemeenteraad heeft er bij de vaststelling van de Nota  Risicobeheersing en Weerstandsvermogen 2025 voor gekozen om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen op 50% van de geïnventariseerde risico’s.

Hetgeen neerkomt op:
•    50% van de geïnventariseerde risico’s af te dekken, 50% van €  6.792.000 = € 3.396.000

Vanaf 2024 is er geen afzonderlijke reserve weerstandsvermogen meer. De benodigde weerstandscapaciteit maakt onderdeel uit van de algemene reserve.

In activa besloten stille reserves staan als zodanig niet op de balans. Voor het weerstandsvermogen kunnen ze echter wel een rol spelen. Met name activa met stille reserves die op korte termijn liquide gemaakt kunnen worden (verkoop) zijn van belang omdat deze in voorkomende gevallen kunnen bijdragen aan het oplossen van financiële problemen. Stille reserves kunnen ontstaan wanneer de bezittingen van de gemeente niet (geheel) worden gewaardeerd of niet tegen de economische waarde worden gewaardeerd of door wijziging van een bestemming van bijvoorbeeld gronden of panden.

In de Nota reserves en voorzieningen 2023 is opgenomen dat we jaarlijks een globale inventarisatie maken van de stille reserves en de materieel relevante stille reserves vermelden in deze paragraaf van de begroting en de jaarstukken. 

Op grond van het criterium dat een betreffend kapitaalgoed op korte termijn liquide gemaakt moeten kunnen worden, leidt dit tot de volgende stille reserve:

Stille reserve  - Gemeentegronden (snippergroen)

De gemeente beschikt over snippergroen en overige gronden waarvan de marktwaarde hoger kan zijn dan de boekwaarde. De stille reserve is in de praktijk niet volledig realiseerbaar vanwege de beperkte verkoopbaarheid van gemeentelijke activa. In de Krimpenerwaard vervalt deze potentiële waarde bovendien grotendeels doordat percelen mogelijk door verjaring verloren gaan, sommige gronden slechts via bruikleen kunnen worden uitgegeven en de gemeente vaker gronden wil terughalen in verband met ruimtelijke opgaven zoals netverzwaring en klimaatadaptatie.

Weerstandscapaciteit (x €1.000)
(x € 1.000)
De algemene reserve incl. claim weerstandsvermogen
33.545
Materiële stille reserves
PM
Totale beschikbare weerstandscapaciteit
33.545

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen wordt weergegeven als een ratio tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het totaal van de gekwantificeerde risico’s.
De weerstandscapaciteit bedraagt € 33,5 miljoen. De geïnventariseerde risico’s bedragen € 6.792.000. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de geïnventariseerde risico’s. Dit verhoudingsgetal bedraagt derhalve 4,9.

Ratio
Waardering
Boven 2,0
uitstekend
Tussen 1,4 en 2,0
ruim voldoende
Tussen 0,8 en 1,4
matig
Tussen 0,6 en 0,8
onvoldoende
Onder 0,6
ruim onvoldoende

Het kengetal van 4,9 geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen en wordt beoordeeld als uitstekend. Dit kengetal is hoger dan het kengetal in de begroting 2026 (kengetal 3,9). In jaarrekening 2024 en de begroting 2024 was het kengetal 2,6. De schommelingen in dit kengetal worden met name veroorzaakt door de peildatum waarop de algemene reserve meegewogen wordt in de berekening van de weerstandscapaciteit. 

Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's

Risicomanagement is belangrijk om de volgende redenen: 

  • Inzicht verkrijgen in de risico’s die wij als gemeente lopen. Dit zijn zowel financiële als niet-financiële risico’s. Daarbij moeten beheersmaatregelen deze risico’s verminderen.
  • Vergroten van het risicobewustzijn van alle medewerkers binnen de gemeente in houding en gedrag. Risicobewustzijn moet onderdeel zijn van de bedrijfscultuur.
  • Beoordelen van het benodigde weerstandsvermogen.
  • Voldoen aan wet- en regelgeving (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten).

Bij risico’s maken we een onderscheid tussen risico’s die wel en risico’s die niet van belang zijn voor de weerstandscapaciteit. Bepaalde risico’s zijn niet van belang voor de weerstandscapaciteit als de begroting- en rekeningcyclus in orde is en we adequate beheersmaatregelen of (verlies)voorzieningen hebben getroffen. Risico’s die van belang zijn voor de weerstandscapaciteit zijn bijvoorbeeld bedrijfsrisico’s als grondexploitatie, de sociaaleconomische ontwikkelingen, garantieverplichtingen, schadeclaims en renterisico’s. 

In de nota Risicobeheersing en weerstandsvermogen 2025 zijn de volgende beleidskaders benoemd:

  • Beleidskader 1: De niet financiële risico’s worden opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering.
  • Beleidskader 2: Het benodigde weerstandsvermogen bedraagt (in principe) 50% van de geïnventariseerde restrisico’s.
  • Beleidskader 3: Als blijkt dat het weerstandsvermogen van een gemeenschappelijke regeling ontoereikend is, dan wordt naar evenredigheid van de gemeentelijke bijdrage aanvullend een risico voor de gemeente geraamd.
  • Beleidskader 4: In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing, van zowel de begroting als de jaarstukken, worden de restrisico’s groter dan € 100.000 genoemd en toegelicht. Restrisico’s die hieraan niet voldoen worden in één bedrag vermeld. 

Inventarisatie van de risico's

De risico-inventarisatie is in januari en februari 2026 geactualiseerd. 

Op basis van de geïnventariseerde risico’s is een inschatting gemaakt van de mogelijke financiële tegenvallers. Om bij de inventarisatie een redelijke inschatting te kunnen maken van de kansen dat risico’s zich voordoen en de financiële consequenties, hebben we gebruik gemaakt van bandbreedtes. Bij de opzet van de bandbreedtes is rekening gehouden met de omvang van risicovolle situaties in Krimpenerwaard, afgezet tegen de schaal waarop Krimpenerwaard opereert.

Vanaf boekjaar 2026 presenteren we in deze paragraaf ook de incidentele risico’s die gepaard gaan met de - door uw raad vastgestelde - maatregelen vanwege korting Gemeentefonds zoals beschreven in paragraaf J van de begroting 2026-2029. Voor meer informatie over de methodiek verwijzen wij u naar deze paragraaf.

Klasse
Kans
Risico
1
Minder of 1 x per 10 jaar
10%
2
1 x per 5 - 10 jaar
30%
3
1 x per 2 - 5 jaar
50%
4
1 x per 1 - 2 jaar
70%
5
1 x per jaar of vaker
90%

Bij elk risico is geïnventariseerd welke beheersmaatregelen zijn getroffen die het risico verkleinen. Vervolgens is een inschatting gemaakt van het maximaal financiële risico dat resteert. Hieronder een overzicht van de restrisico’s groter dan € 100.000 op basis van het op deze wijze berekende financiële gevolg. 

Risico's met impact op weerstandsvermogen > € 100.000
(x € 1.000)
1
Risico's gerelateerd aan uitvoering van projecten
1.310
2
Risico's gerelateerd aan de open einde regelingen in het Sociaal Domein
1.245
3
Risico's op hogere kosten gerelateerd aan arbeidsmarktkrapte
900
4
Risico's inzake weerstandsvermogen bij gemeenschappelijke regelingen
832
5
Risico's in relatie tot de Omgevingswet/Wet kwaliteitsborging voor het Bouwen (Wkb)
640
6
Risico's op verplichtingen ten aanzien van sport en maatschappelijke voorzieningen
465
7
Risico's gerelateerd aan verkiezingen
151
8
Risico's inzake continuïteit
150
9
Risico's gerelateerd aan vertraging IBOR-projecten door werkzaamheden netbeheerder
110
10
Risico's gerelateerd aan opvang vluchtelingen
PM
11
Overige risico's
989
Totaal
6.792

De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de geïnventariseerde risico’s bedraagt € 6,8 miljoen. In de begroting 2026 was dit  € 8,1 miljoen. In de begroting 2025 en de jaarrekening 2024 was dit € 7,2 miljoen. Het totaal aan risico's is ten opzichte van de begroting 2026 gedaald met  € 1,2 miljoen. Deze daling is  voor het grootste deel als volgt te verklaren:

In de afgelopen jaren was in deze paragraaf een risico opgenomen gerelateerd aan de Gebiedsovereenkomst - Opgave Natuur. 

De gemeente heeft samen met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, de regie over de ontwikkeling van 2.250 hectare Natuurnetwerk Nederland in hun buitengebied. De provincie Zuid-Holland fungeert als opdrachtgever. In 2020 zijn in een addendum op de Gebiedsovereenkomst afspraken gemaakt over het risico van overschrijding van het totaalbudget van € 95,1 miljoen. Er is afgesproken dat bij een overschrijding van het budget tot € 4 miljoen 50% voor rekening is van de provincie is en 50% voor rekening van de uitvoerende partijen (gemeente 75% en hoogheemraadschap 25%). In het geval de overschrijding meer dan € 4 miljoen bedraagt, komt het meerdere ten laste van de provincie. 2026 is het afrondingsjaar voor de werkzaamheden m.b.t. deze samenhangende opgaven. We naderen het einde van de doorlooptijd (naar verwachting 2026). Het is al duidelijk dat er sprake is van een overschrijding van meer dan € 4 miljoen. In 2027 volgt de definitieve eindafrekening, waarmee de gemeente ook de overeengekomen overschrijding van € 1,5 miljoen incidenteel zal moeten betalen. Er is geen sprake meer van een risico, maar een zekerheid. Dit is meegenomen in de reguliere P&C-documenten (kadernota 2027).

Op andere risico's zien we enkele lichte stijgingen en of verschuivingen door de actualisaties. De onzekerheid met betrekking tot de financiële risico's inzake de opvang van vluchtelingen blijft nog voortduren, mede gezien de landelijke onduidelijkheid over de spreidingswet. Hieronder volgt een toelichting op de  restrisico’s groter dan € 100.000.

1 - Risico's gerelateerd aan de uitvoering van projecten

Momenteel zijn er binnen het team Projecten van de gemeente circa 95 projecten in behandeling. Deze projecten zijn grofweg in te delen in drie categorieën te weten civiele projecten waarbij sprake is van grootschalige renovatie van het openbaar gebied in een wijk, medewerking aan bouwprojecten van ontwikkelaars en bouwprojecten waarvan de gemeente opdrachtgever is. Bij alle projecten is er sprake van risico's, maar de focus op financiële risico's ligt met name bij de bouwprojecten waar de gemeente zelf opdrachtgever is. Dit zijn het nieuwe gemeentekantoor, diverse basisscholen en de bouw van een nieuwe Milieustraat. Om de voortgang op deze projecten goed te monitoren wordt in de organisatie ingezet op een eenduidige rapportagemethodiek (naast bestaande beheersmaatregelen). Daarnaast is er de ontwikkeling richting een meerjaringinvesteringsprogramma waardoor ook een beter inzicht bestaat naar de toekomst toe over de investeringen. 

Daarnaast speelt er nog immer, ondanks de afvlakking van de prijsstijgingen in de sector een risico op hogere kosten ten opzichte van de ramingen wanneer nieuwe aanbestedingen voor ontwikkelingen zich voordoen.

2 - Risico's gerelateerd aan de open einde regelingen in het Sociaal Domein

Open-einde-regelingen zijn bedoeld om iedereen recht te geven op noodzakelijke ondersteuning, maar zijn lastig te begroten en kunnen, als de budgetten niet (automatisch) meegroeien met de vraag, leiden tot structurele tekorten.

Participatiewet – risico op overschrijding BUIG-budget
Over 2025 is sprake van een tekort op de BUIG-middelen, significanter van aard dan in de jaren daaraan voorafgaand. De gemeente bereidt een aanvraag voor de vangnetregeling voor, inclusief een verbeterplan waarin aanvullende maatregelen zijn opgenomen om de uitstroom te bevorderen en de uitkeringslasten te beheersen. Met deze maatregelen en de meebewegende verdeelsystematiek van het Rijk kan worden verwacht dat het risico op een substantiële overschrijding in 2026 kleiner wordt. Tegelijkertijd blijft de BUIG-systematiek gevoelig voor landelijke (verdeel)ontwikkelingen en fluctuaties in de instroom, waardoor het risico op een tekort blijft bestaan.

Jeugd en Wmo – risico’s open-einde-regelingen
De onvoorspelbaarheid van de vraag (lokale variatie) in combinatie met de financieringssystematiek van het Rijk, resulteren in een significant financieel risico voor gemeenten. Om grote verrassingen te voorkomen en zo financiële stabiliteit te waarborgen, gebruikt de gemeente Krimpenerwaard een reële begrotingssystematiek. Het prognosticeren van de kosten blijft echter complex en in bepaalde mate onzeker. De realisatie wordt gemonitord en nieuwe inzichten kunnen zo leiden tot financiële bijstelling en bijsturing. Door de genomen beheersmaatregelen en de toenemende aandacht voor de oplopende kosten is het risico op overschrijding enigszins gedempt, maar gezien het open-einde-karakter van de regelingen blijft het risico bestaan dat de kosten structureel hoger uitvallen dan de rijksbijdrage.

Continuïteit jeugdbescherming - financiële risico’s GI JB West
De financiën van de Gecertificeerde Instelling Jeugdbescherming West (GI JB West) staan onder druk door een daling van het aantal maatregelen terwijl de vaste kosten minder snel kunnen fluctueren. Het is onzeker in hoeverre de ingezette verbetermaatregelen en de monitoring bovenregionaal de continuïteit borgen en welke aanvullende financiële bijdrage gemeenten in het verlengde daarvan mogelijk moeten leveren, omdat zij bij wet verplicht zijn te zorgen voor voldoende jeugdhulp- en bescherming voor inwoners. Daar komt bij dat dezelfde partner de gemeente nog een substantieel bedrag verschuldigd is. Aan eerdere terugbetalingsafspraken hebben zij niet kunnen voldoen en zij beschikking niet over voldoende reserves en liquide middelen om de komende jaren over te gaan tot (verdere) terugbetaling. Ook beschikken ze niet over activa die als borg/zekerheidsstelling kunnen dienen. Daarmee blijft dit een aanzienlijk financieel risico voor de gemeente. 

Minimabeleid en Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) – risico op ontoereikende budgetten
Bij het vaststellen van het actuele minimabeleid zijn de budgetten opgehoogd op basis van aannames over de doelgroep en het bereiken daarvan. Ondanks de extra inspanningen om inwoners te bereiken en de nieuwe samenwerkingsovereenkomst met oog op de voortzetting van de minimaregeling 'Gratis openbaar vervoer', is de verwachting op dit moment dat het budget in 2026 toereikend is. Ondanks deze verwachting, blijft een stijging in het gebruik en daarmee in de kosten een risico.

Voor het uitvoeren van het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid ontvangt de gemeente van het Rijk een geoormerkte uitkering. Hiermee moet de gemeente in ieder geval voldoen aan de wettelijke taak voorschoolse educatie en zorgen voor voldoende en dekkend aanbod. De voorlopige beschikking voor 2026 is met 10% gekort door een landelijke bezuinigingsmaatregel vanuit het Rijk. Voor de komende twee jaar kan de gemeente met reserves de activiteiten voortzetten. Daarna zullen, op basis van de financiële mogelijkheden, mogelijk strategische keuzes volgen.

3 - Risico's op hogere personele kosten gerelateerd aan de arbeidsmarktkrapte

De afgelopen jaren zien we een stijging van de inhuurkosten. De arbeidsmarktkrapte gecombineerd met benodigde specialistische kennis geven geen aanleiding te denken dat dit op korte termijn zal veranderen. De invoering van de Wet gelijke beloning voor flexpersoneel verplicht opdrachtgevers om uitzend- en andere flexkrachten dezelfde arbeidsvoorwaarden te bieden als vaste medewerkers. Deze gelijkschakeling leidt tot hogere inhuurkosten en minder ruimte voor maatwerk in contractvormen. Voor gemeenten betekent dit een merkbare stijging van zowel de financiële als de organisatorische impact bij de inzet van tijdelijk personeel. Wel zien we dat de focus op recruitment over 2025 succesvol is gebleken met een hogere en snellere invulling van vacatures met vast personeel. Daarnaast besteden we veel aandacht aan behoud en interne mobiliteit van medewerkers. Dit doen we onder meer door een geactualiseerd onboardingstraject en een geactualiseerde gesprekscyclus waarin medewerkers in gesprek gaan met hun leidinggevenden over ontwikkelmogelijkheden. Daarnaast besteden we met het traject Krimpenerwaard Vooruit veel aandacht aan een toekomstbestendige en vitale organisatie.

4 - Risico's inzake weerstandsvermogen bij gemeenschappelijke regelingen

Er is sprake van een risico voor de gemeente Krimpenerwaard als het weerstandsvermogen van de verbonden partijen niet toereikend is. Dit betekent dat de risico’s hoger zijn dan het eigen weerstandsvermogen. Er dient dan een resterend risico naar rato van de bijdrage van de gemeente te worden opgenomen. Op basis van de begrotingen voor 2026 leidt dit tot een totaal risico van € 832.000.
 
Dit bedrag wordt voor een aanzienlijk deel veroorzaakt door het nog ontbreken van een algemene reserve voor de nieuwe GR Jeugd en Wmo, wat een risico van € 464.000 voor de gemeente Krimpenerwaard tot gevolg heeft. Daarnaast vormt het ontoereikende eigen vermogen van Hecht, waarbij het herstelplan eigen vermogen reeds is meegenomen, een substantieel risico (€ 319.000). Verder moet rekening gehouden worden het licht ontoereikende weerstandsvermogen van de ODMH (€ 27.000), het Streekarchief (€ 16.000) en het SVHW (€ 6.000).

5 - Risico's in relatie tot de Omgevingswet/Wet kwaliteitsborging voor het Bouwen (Wkb)

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) worden de structurele gevolgen voor werkprocessen, de benodigd  e capaciteit en legesopbrengsten in de praktijk steeds duidelijker. Deze effecten zijn echter nog niet volledig uitgekristalliseerd. De verdere implementatie vraagt onder meer aanpassing van de gemeentelijke beleidscyclus, doorontwikkeling van het omgevingsplan, versterking van participatieprocessen en een (her)inrichting van toezicht en handhaving.  

Bij de harmonisatie van bestemmingsplannen naar één omgevingsplan kan directe nadeelcompensatie ontstaan wanneer bestaande rechten worden beperkt. Hoewel per regeling een zorgvuldige juridische toets plaatsvindt, blijft een restrisico aanwezig. Dit risico is inherent aan de transitiefase en wordt actief gemonitord.

6 - Risico's op verplichtingen ten aanzien van sport en maatschappelijke voorzieningen

Voorzieningen als buurthuizen, zwembaden en andere maatschappelijke accommodaties vallen onder de beleidsvrijheid van gemeenten, wat betekent dat zij zelf bepalen of en in welke mate deze voorzieningen worden aangeboden. De financiële afhankelijkheid van een voorziening t.o.v. de gemeente kan in de huidige situatie sterk verschillen en afhangen van het type voorziening, de organisatievorm en eerder gemaakte afspraken. Met enkele maatschappelijke instellingen zijn afspraken gemaakt waarbij de gemeente financiële risico’s heeft aanvaard. Het risico bestaat dat aanvullende financiële steun noodzakelijk wordt om voorzieningen in stand te houden (bijvoorbeeld bij het Cultureel Centrum Concordia). De toekomst van dorps- en cultuurhuizen, zwembaden en voetbalaccomodaties is onderwerp van gesprek.

7 - Risico's gerelateerd aan verkiezingen

In maart 2026 hebben de gemeenteraadsverkiezingen plaatsgevonden.  De daaropvolgende collegevorming kan ertoe leiden dat één of meerdere van de huidige wethouders niet terugkeren en daarmee recht krijgen op wachtgeld op grond van de APPA-regeling. Het is op dit moment te vroeg om de omvang daarvan te bepalen.  

8 - Risico's inzake continuïteit

Dit risico heeft betrekking op het onverwacht wegvallen van essentiële ICT-middelen die nodig zijn om cruciale werkprocessen uit te voeren. Het gaat daarbij om verstoringen die de continuïteit van de dienstverlening breed raken. Het continuïteitsrisico richt zich op situaties waarin systemen, software of hardware op het moment van uitvoering van het werk (deels) niet beschikbaar zijn op een manier die het werkproces daadwerkelijk verstoort of stillegt. 

9 - Risico's gerelateerd aan vertraging IBOR-projecten door werkzaamheden netbeheerder

Bij groot onderhoud wordt zoveel mogelijk gelijk opgetrokken met nutspartijen. Dit doen we om te voorkomen dat er kort na het groot onderhoud opnieuw werkzaamheden in de grond moeten plaatsvinden. De inwoners hebben dan twee keer overlast en de kwaliteit van de weg verslechtert erdoor. De netbeheerder heeft een grote opgave in de vorm van netverzwaring om te voldoen aan de toekomstige elektriciteitsvraag. De planning voor de netverzwaring is vaak niet hetzelfde als de planning voor het groot onderhoud. Dit leidt ertoe dat sommige IBOR-trajecten vertraagd worden. De planning van  de netbeheerder wijzigt nog regelmatig, wat gevolgen kan hebben voor de planning van projecten die al in voorbereiding zijn. Naast netverzwaring zijn er grote projecten van derden, zoals de dijkversterking KIJK. De zware transporten die hiervoor door Ouderkerk aan den IJssel moeten, hebben geleid tot uitstel van groot onderhoud aldaar.

10 - Risico's gerelateerd aan de opvang vluchtelingen

Oekraïense vluchtelingen
De opvang van Oekraïense ontheemden blijft onverminderd onder druk staan als gevolg van het aanhoudende conflict, de voortdurende instroom en de beperkte landelijke opvangcapaciteit. De tijdelijke beschermingsmaatregel is verlengd tot 1 maart 2027, waardoor de gemeentelijke opvangopgave een meerjarig karakter heeft gekregen. De gemeentelijke opvanglocaties zijn momenteel volledig bezet. Daarnaast is het normbedrag verlaagd van € 61 naar € 44 per dag per bed, hetgeen de exploitatie financieel aanzienlijk uitdagender maakt. De combinatie van onzekerheden rond instroom, rijksbekostiging en de duur van de beschermingsmaatregel vergroot het risico dat de huidige capaciteit en financiering ontoereikend zijn om de opvang duurzaam te kunnen blijven organiseren.

Spreidingswet en asielopvang
De gemeente dient uitvoering te geven aan de Spreidingswet. Op grond van het landelijke verdeelbesluit moet de gemeente tot februari 2026 in totaal 308 asielzoekers opvangen, inclusief de 80 alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’ers). In verband met de kabinetswisseling is het verdeelbesluit voor de periode na februari 2026 voorlopig aangehouden. In het Klooster te Haastrecht worden 80 AMV’ers opgevangen. Deze locatie sluit echter per 1 april 2026, waardoor na 1 april 2026 niet langer voldaan aan het verdeelbesluit. Ondanks intensieve samenwerking met het COA is vooralsnog geen geschikte opvanglocatie gevonden om invulling te geven aan de verplichtingen uit de Spreidingswet. Met de komst van een nieuw kabinet is bovendien onzeker welke beleidsmatige koers wordt gekozen ten aanzien van de Spreidingswet en de asielwetgeving. Dit vergroot de onzekerheid over de toekomstige opvangopgave en de bijbehorende gemeentelijke verantwoordelijkheden.

AMV-opvang
De landelijke uitvoering van de opvang van AMV ligt bij het COA en Nidos. De gemeentelijke inzet is echter domeinoverstijgend en raakt onder meer openbare orde en veiligheid, onderwijs (waaronder ISK-capaciteit), communicatie, inburgering, jeugd, Wmo en wonen. Hoewel de afspraak dat vertraagde vervolghuisvesting niet langer leidt tot kosten voor gemeenten het directe financiële risico beperkt, blijft de gemeente verantwoordelijk, ook financieel, voor onderwijshuisvesting en de uitvoering van de Jeugdwet. Met name binnen het jeugddomein kan de ondersteuningsbehoefte van AMV-jongeren leiden tot aanvullende kosten. Het financiële risico voor 2026 wordt op dit moment als beperkt ingeschat en is afhankelijk van het aantal AMV’ers dat in de gemeente verblijft. Met de sluiting van Het Klooster per 1 april 2026 wordt verwacht dat het financiële risico in 2026 verder zal afnemen.

Huisvesting van statushouders
De financiële risico’s met betrekking tot de huisvesting van statushouders zijn aanzienlijk groter dan bij de AMV-opvang, aangezien het hier een wettelijke taakstelling betreft. Momenteel is sprake van een achterstand op de taakstelling en het is onzeker of deze in 2026 volledig kan worden ingelopen. In verband hiermee staat de gemeente onder interbestuurlijk toezicht. Indien de provincie overgaat tot overname van taken of wanneer bij onvoldoende reguliere huisvestingsmogelijkheden (tijdelijke) plaatsing in hotels noodzakelijk blijkt, kan dit leiden tot aanvullende financiële risico’s, waarvan de exacte impact op dit moment nog onvoldoende duidelijk is. Tegelijkertijd staat de uitvoering van de inburgering onder druk en vraagt de complexiteit van met name de AMV-problematiek om inzet vanuit meerdere gemeentelijke uitvoeringsdomeinen. Dit vergroot de druk op de ambtelijke capaciteit en de benodigde inzet van middelen. De financiële impact hiervan is op dit moment moeilijk te kwantificeren.

 

 

Kengetallen
Gezien het stijgende b
elang van onderlinge vergelijkbaarheid van gemeenten, een grotere druk op doelmatigheid en een steeds meer divers wordende context (ontwikkeling van financiële producten, meer verbonden partijen, meer taken zoals bijvoorbeeld in het Sociaal Domein) is het belang van inzicht in de financiële positie toegenomen. Om aan het voorgaande tegemoet te komen, schrijft het BBV een verplichte basis set van vijf financiële kengetallen voor die moeten worden opgenomen in deze paragraaf. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. In de volgende tabel zijn de verplichte kengetallen, inclusief betreffende waarden voor onze gemeente opgenomen. Onder de tabel volgt een nadere toelichting per kengetal en wordt de link gelegd tussen waarden op de verschillende kengetallen. Additionele informatie over de verhouding van lokale kengetallen tot de kengetallen van vergelijkbare gemeenten verwijzen wij u naar de website www.findo.nl. Daarbij wordt echter wel gebruik gemaakt van verouderde data. 

Kengetallen
Rekening
Begroting
Rekening
2024
2025
2025
Netto schuldquote
33%
80%
52%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
24%
72%
43%
Solvabiliteitsratio
40%
26%
37%
Structurele exploitatieruimte
1,8%
0,0%
0,9%
Grondexploitatie
0%
0%
0%
Belastingcapaciteit
96,0%
96,0%
97,0%

 

Toelichting per kengetal:

Netto schuldquote: Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarop rentelasten en aflossingen drukken op de exploitatieruimte. Een normale netto schuldquote ligt tussen de 0% en 90%. Een schuldquote tussen de 90% en 130% wordt als hoog beschouwd en mag niet verder toenemen. Een schuldquote hoger dan 130% wordt als te hoog beoordeeld en moet afgebouwd worden.  De gemeente Krimpenerwaard bevindt zich met 52% bij de jaarrekening 2025 in het midden van de normale marge en zit lager dan het gemiddelde van andere gemeenten van gelijke omvang (63%). 

Gecorrigeerde netto schuldquote: Dit kengetal is een aanvulling op bovenstaande waarbij er een correctie plaatsvindt door de verstrekte leningen mee te nemen. Dit om het effect van doorlenen inzichtelijk te maken. De verhouding tussen ons percentage en die van het gemiddelde van andere gemeenten van gelijke omvang zijn vrijwel identiek als bij de niet gecorrigeerde netto schuldquote. Bij de jaarrekening 2025 zijn de percentages respectievelijk 52% en 43%

Solvabiliteit: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar verplichtingen te voldoen en bestaat uit de hoogte van het eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal.  Een ratio hoger dan 50% is het minst risicovol, een ratio tussen de 20% en 50% is neutraal en een ratio lager dan 20% is risicovol. De gemeente Krimpenerwaard zit met 37% bij de jaarrekening 2025 midden in categorie B (neutrale score) en scoort in vergelijking met het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang (33%) iets hoger.

Grondexploitatie: Dit kengetal geeft weer hoe de boekwaarde van de grondexploitaties zich verhouden tot de totale (geraamde) baten van de gemeente. Een score lager dan 20% is het minst risicovol, tussen de 20% en 35% is neutraal en hoger dan 35% is risicovol. De gemeente Krimpenerwaard zit met een score van 0% bij de jaarrekening 2025 in de minst risicovolle categorie en loopt ook minder risico dan het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang (5%). 

Belastingcapaciteit: Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot de gemiddelde landelijke belastingdruk. Een score lager dan 100% geeft aan dat de lokale lasten lager zijn dan het landelijk gemiddelde en een score hoger dan 100% geeft aan dat de lokale lasten hoger zijn dan het landelijke gemiddelde. De gemeente Krimpenerwaard zit met een score van 97% bij de jaarrekening 2025 nagenoeg gelijk aan het het landelijk gemiddelde en gelijk met de score van het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang (96,8%). 

Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is de structurele lasten te dragen met structurele baten. Bij een negatief percentage zijn de structurele lasten hoger dan de structurele baten. Bij een positief percentage kan de gemeente de structurele lasten dragen met de structurele baten. In de jaarrekening 2025 zien we een daling naar 0,9% voor de gemeente Krimpenerwaard.